de -woord (mannelijk), kloppen, slag;, klop krijgen, slaag krijgen, figuurlijk verliezen;, Zuid-Nederlands :, geen klop doen, geen klap uitvoeren;, Zuid-Nederlands :, dat zijn kloppen!, dat is me wat!;, Zuid-Nederlands :, de klop van zijn leven krijgen, een klop met de hamer krijgen, een (morele) inzinking hebben (tijdens een wielerwedstrijd e.d.);, Zuid-Nederlands :, een goede klop doen, een goede slag slaan, een goede koop doen