kan – di` daat, («Latijn), de -woord (mannelijk), kandidaten, iem. die voor een ambt of betrekking in aanmerking komt of daarnaar dingt; iem. die zich aan een examen onderwerpt; vroeger titel na het afleggen van het voorlaatste examen in een studievak aan een universiteit;, kandidaat tot de Heilige Dienst, theoloog die na het voorbereidend kerkelijk examen beroepbaar is als predikant; zie ook bij, effectief (I) en proponent