` ka – der, («Frans, It«Latijn), het -woord, kaders, 1, raam, lijst, omlijning, ook figuurlijk : in het kader van de huidige bezuinigingsvoornemens… ; Zuid-Nederlands lijst (van een schilderij, een foto enz.); ook ingelijst schilderij, ingelijste foto;, 2, de officieren, onderofficieren en korporaals van een korps of van het leger in het algemeen;, 3, verdeling van het biljart in negen vakken door vier krijtstrepen, waarbij in elk vak maar één of twee maal mag worden gecaramboleerd;, 4, groep personen die bestuursfuncties bekleden in een organisatie; staf; Zuid-Nederlands ook: personeel in het algemeen, inclusief de lagere functies;, 5, Zuid-Nederlands omgeving, entourage, omlijsting: deze huisjes pasten schoon in hun groen kader ;, 6, Zuid-Nederlands frame (van een fiets e.d.)