` har – nas, («Oud-Frans), het -woord, harnassen, ijzeren krijgsmanspak;, in het harnas jagen, boosmaken, tot verzet prikkelen;, in het harnas sterven, tot de dood toe actief blijven;, voor iets (of iem.) het harnas aantrekken, iets (of iem.) verdedigen, strijden voor iets (of iem.)