uitwendige correctie van een deflexieligging; na de schedel op de fossa iliaca te hebben gezet, wordt met een hand de stuit van het kind omvat en met de andere tot een vuist gebalde hand op de borst van het kind geduwd; tenslotte worden hoofd en stuit naar elkaar toegebracht om zo sterk mogelijke flexie te verkrijgen, waarna de schedel weer in de bekkeningang wordt geplaatst