` gou – den, bijvoeglijk naamwoord, van goud; figuurlijk goudkleurig: gouden lokken ; , 50-jarig;, de gouden eeuw, algemeen tijdperk van hoge bloei; , de 17de eeuw; , vervlogen tijdperk van ongestoord geluk; , de 5de eeuw v.C. (de eeuw van Pericles);, een gouden greep, een uitstekend idee, een bijzonder goede keuze;, met een gouden randje, voorzien van iets extra`s, iets bijzonders;, de kip met de gouden eieren slachten, iets wat groot voordeel oplevert opgeven omwille van een veel kleiner voordeel;, een gouden hand(je) hebben, een bijzonder gelukkige, goede, geslaagde wijze van werken of uitvoeren hebben;, gouden tip, aanwijzing die direct leidt tot de oplossing van een misdrijf, de vondst van een verloren voorwerp e.d.; zie ook bij, 1 berg , handdruk , kalf , standaard