ge` noe – gen, het -woord, genoegens, plezier: met genoegen ; genoegen scheppen in iets ;, ten genoegen van iem., zó, dat iem. er tevreden mee is;, naar genoegen, zoveel men wenst, tot tevredenheid:, men kan zich naar genoegen bedienen van de drankjes en hapjes ;, genoegen nemen met, zich tevredenstellen met (vooral met iets minders of geringers);, tot genoegen, beleefdheidsformule bij het afscheid