het -woord, gelden, ieder algemeen gangbaar betaalmiddel; thans vooral munten en bankbiljetten;, geld als water, geld in overvloed;, geld in het water gooien, nutteloze onkosten maken;, goed geld naar kwaad geld gooien, geld uitgeven om geldelijk voordeel te behalen, zonder kans op resultaat; zie ook bij, smijten ;, geen geld, geen Zwitser(s), zonder betaling krijgt men niets gedaan;, dat is geen geld!, dat is buitengewoon goedkoop;, voor geen geld van de wereld, onder geen voorwaarde, beslist niet;, het geld groeit me niet op de rug, ik kan niet steeds geld uitgeven;, geld speelt geen rol, ik kan ieder verlangd bedrag betalen;, geld stinkt niet, geld is een aangenaam bezit, ongeacht hoe het verkregen is;, het geld ligt er op straat, men kan er overal geld verkrijgen;, in het geld zwemmen, geld in overvloed hebben;, voor hetzelfde geld, tegen dezelfde moeite of kosten;, te gelde maken, zie bij maken ; zie ook bij zwart