het gedrag van deze inrichting onder de inwerking van drie soorten krachten, namelijk: krachten veroorzaakt door een frontale botsing en die tot gevolg kunnen hebben dat de stuurkolom naar achteren wordt verplaatst; krachten die moeten worden toegeschreven aan de traagheid van de massa van het hoofd van de bestuurder in geval van stoten tegen de bedieningsinrichting bij een frontale botsing; krachten die moeten worden toegeschreven aan de traagheid van de massa van het lichaam van de bestuurder in geval van stoten tegen de bedieningsinrichting bij een frontale botsing