ge` baar, het -woord, gebaren, beweging van een lichaamsdeel om iets uit te drukken of te kennen te geven: een gebaar maken ; figuurlijk handeling waarvan de bedoeling vooral is een zekere indruk te vestigen: het aanbieden van vergoeding is een fraai gebaar ; door hem te raadplegen hebben zij althans een vriendelijk gebaar gemaakt