` do – mi – nee, («Latijn), de -woord (mannelijk), dominees, (aanspreekvorm van dominus ) titel voor en aanduiding van een predikant;, een blikken dominee, spottende benaming voor een onbevoegd predikant;, er gaat een dominee voorbij, gezegd bij een plotseling optredende stilte tijdens een levendige conversatie