de -woord, deuken, indrukking, gleuf ontstaan door indrukken of door stoten: een deuk in de motorkap ; een hoed vol deuken ;, een deuk krijgen, figuurlijk schade oplopen, aanzienlijk verliezen: door dit voorval heeft zijn reputatie een behoorlijke deuk gekregen ;, in een deuk liggen, een lachbui hebben, onbedaarlijk lachen