kleinste levende eenheid (vermoedelijk met uitzondering van de virus),bestaande uit en klompje protoplasma met (niet steeds) een duidelijke celwand, waarin meestal een celkern; bezit als essentiële kenmerken van het leven het vermogen tot voortplanting en instandhouding (groei, stofwisseling, aanpassing); vrij levend als eencellige organismen of met andere cellen een gestructureerd geheel (weefsel) vormend