be` ne – den, I, voorzetsel, lager dan, onder: beneden de dijk liep een sloot ;, dit is beneden mij of beneden mijn waardigheid, hiertoe verlaag ik mij niet;, dit is beneden alle kritiek, zo slecht dat iedere kritiek overbodig is;, onze club staat beneden Excelsior, lager dan Excelsior in de competitie;, beneden iem. staan, ondergeschikt zijn aan iem. in een hiërarchie;, eilanden beneden de wind, zie benedenwinds ;, II, bijwoord,