Een krediet aan het I.M.F. van tien ledenlanden, ook wel genoemd krediet van de Club van Tien of de Club van Parijs, waarbij is bepaald dat het Fonds de valuta, door het krediet verkregen, niet mag uitlenen zonder verlof van het lid, om wiens valuta werd verzocht. (Statist. Zakboek 1979 – Centr. Bur. Statist.)