` aan – tas – ten, (tastte aan, h. aangetast), inwerken op iets en het beschadigen: zuren tasten metaal aan ; aangetast zijn door een lelijke ziekte ;, tot in de wortels aangetast zijn, figuurlijk volledig verziekt zijn;, iem. in zijn eer aantasten, iem. beledigen; aanvallen; doen verminderen:, door die schade zijn mijn spaarcentjes danig aangetast