Bijzondere hoogleraren kunnen sinds 1905 bij de rijksuniversiteiten en-hogescholen worden benoemd door instellingen, stichtingen of rechtspersoonlijkheid bezittende verenigingen, nadat deze bij Koninklijk Besluit-na advies van de raad van de universiteit of hogeschool-daartoe zijn gemachtigd. De bijzondere instellingen kunnen, evenals de Universiteit van Amsterdam, terzake eigen regelingen treffen