` be – ter, I, vergrotende trap van goed ; figuurlijk tamelijk goed of gunstig;, ik weet niet beter dan dat…, ik meen te weten dat…;, iets altijd beter (willen) weten, eigenwijs zijn;, het wat beter hebben, krijgen, materieel, financieel in wat gunstiger omstandigheden verkeren, resp. komen te verkeren;, ergens beter van worden, ergens voordeel uit halen;, de betere boekwinkel, dealer e.d., die algemeen bekend staat om zijn kwaliteit;, des te beter!, uitroep wanneer men iets verneemt dat men gunstig acht;, je moest beter weten, je had moeten weten dat de feiten anders lagen;, bij gebrek aan beter, gezegd als men genoegen neemt met iets van geringe kwaliteit omdat er niets beters voorradig is; zie ook bij, 1 stand ;, II, bijvoeglijk naamwoord hersteld van een ziekte, genezen;, aan de betere (of beterende) hand, genezende, opknappende