(«Frans«Latijn), de -woord (mannelijk), prinsen, vorstenzoon; vorst; mannelijk, niet regerend lid van een vorstenhuis;, een prins van den bloede, een lid van het regerend vorstenhuis;, van de prins geen kwaad weten, volkomen onschuldig zijn;, de prins gesproken hebben, een beetje dronken zijn;, prins carnaval, iem. die tijdens carnaval ceremonieel de leiding heeft in een stad of dorp