` aan – tal, het -woord, aantallen, hoeveelheid: een aantal dagen ; de vluchtelingen zijn groot in aantal ; (opmerking : de constructie het aantal … regeert een persoonsvorm in het enkelvoud: het aantal slachtoffers was groot ; na een aantal . .. kan zowel een persoonsvorm in het enkelvoud als in het meervoud volgen: een aantal auto`s raakte/raakten in een slip )