ongelijkheid per longgebied, betreffende de verhouding tussen het volume van de alveolaire ventilatie (VA in l/min) en de doorbloeding (Q in l/min).In de longtoppen is het verhoudingsgetal veel groter dan in de lager gelegen delen, bijv.3,0 resp.0,6.Hieruit volgt dat de verschillen die voor de doorstroming gelden groter zijn dan die voor de ventilatie