het -woord, de Maatschappij tot Nut van `t Algemeen, een in 1784 gestichte vereniging die zich met name richt op volksopvoeding en -onderricht, nut, I, het -woord, voordeel; ten nutte van ;, ten algemenen nutte, in het algemeen belang;, II, bijvoeglijk naamwoord, nuttig, welbesteed;, nergens nut toe, doelloos, waardeloos;, hij is het niet nut, het is niet aan hem besteed