(«Italiaans«Latijn), I, hoofdtelwoord ;, niet één, geen enkel exemplaar, niets;, II, de -woord, nullen, het cijfer 0; figuurlijk onbeduidend mens;, een nul in het cijfer, iem. die niets te betekenen of te zeggen heeft;, nul op het rekest krijgen, afwijzend antwoord krijgen;, van nul en gener(lei) waarde, zonder enige waarde;, van het jaar nul, zeer ouderwets, primitief; onbruikbaar