de -woord (mannelijk), nachten, tijd van `s avonds ± 12 uur tot `s morgens ± 6 uur;, een nachtje over iets willen slapen, er nog eens over willen denken;, des nachts, `s nachts, in de nacht;, zo lelijk als de nacht, bijzonder lelijk; zie ook bij, 1 dag , 1 hol (bet 5) en ontij