één hand van de hulpverlener, geplaatst op het voorhoofd van de op de rug liggende getroffene strekt diens hoofd maximaal in de nek en knijpt de neus dicht, waarna de andere hand de kin opdrukt en (met duim op kin) de mond opent; na diepe inademing van de hulpverlener ademt deze uit na met open mond die van het slachtoffer te hebben gevat