(«Oud-Frans«Latijn), de -woord, kansen, waarschijnlijkheid dat een bepaalde gebeurtenis plaatsvindt;, de kans lopen, in de mogelijkheid verkeren van, in gevaar verkeren van;, de kans is verkeken, verloren;, de kans waarnemen, van een gunstige gelegenheid gebruik maken;, een kans wagen, zijn geluk beproeven;, iem. een kans geven, gelegenheid om zijn kracht te tonen, om vooruit te komen, enz.;, er (geen) kans toe zien, zich (niet) in staat achten tot;, kans gezien hebben (om) te…, erin geslaagd zijn (om) te…;, Zuid-Nederlands :, zijn (eigen) kans gaan, sport zijn kans wagen;, Zuid-Nederlands :, een kans vinden om, gelegenheid krijgen tot, mogelijkheid hebben om;, Zuid-Nederlands :, geen kans hebben, geen geluk hebben