bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, onbehaard; met zeer kort haar; zonder veren of vacht; bladerloos, onbegroeid; zonder bedekking of versiering, ongezellig; armelijk, armoedig;, een kale heer, iem. die zich gedraagt als een welgestelde heer, maar in werkelijkheid niets bezit;, hoe kaler, hoe royaler, hoe armer men is, hoe meer men geneigd is zich rijk voor te doen; niets meer bezittend:, volkomen kaal zijn ; zonder succes, teleurgesteld: er kaal afkomen ;, kale huur, prijs die men betaalt voor de bewoning van een kamer of huis minus de elektriciteits-, verwarmings- en servicekosten