ge` woon – te, de -woord (vrouwelijk), gewoonten, gewoontes, wat men gewoon is te doen: de zeden en gewoonten van verre volkeren ;, gewoonte is een tweede natuur, men kan aan iets zo gewend raken, dat men het als van nature doet;, ouder gewoonte, volgens oud gebruik;, de macht der gewoonte, het automatisme dat voortvloeit uit een gewoonte;, de gewoonte hebben, gewend zijn;, naar, volgens gewoonte, volgens de gebruiken van een gemeenschap;, uit gewoonte, zoals iem. gewoon is te doen;, tegen zijn gewoonte in, in tegenstelling tot wat iem. normaal doet