(«Duits), de -woord, grenzen, scheidingslijn; uiterste, einde;, de grenzen overschrijden of te buiten gaan, verder gaan dan behoorlijk is;, grenzen verleggen, andere normen aanleggen waardoor de beoordeling van zaken verandert;, geen grenzen kennen, mateloos zijn, uitermate groot zijn;, er is een grens of er zijn grenzen, men moet weten hoever men kan gaan;, de grens trekken, de scheiding aangeven