A. Afval van metalen en legeringen daarvan in metallische, zich niet verspreidende vorm; B. Andere metaalhoudende afvalstoffen ontstaan bij gieten, smelten en zuiveren van metalen; C. Afvalstoffen van mijnbouw: deze afvalstoffen moeten in niet-verspreidbare vorm voorkomen; D. Afvalstoffen van kunststof in vaste vorm; E. Afval van papier, karton en papierprodukten; F. Glasafval in een vorm waarin het zich niet verspreidt; G. Afval van keramische produkten in een vorm waarin het zich niet verspreidt; H. Afval van textielstoffen; I. Afval van rubber; J. Afval van niet behandeld hout en kurk; K. Afval van de agro-voedingsindustrie; L. Afval van looien, pelterij en gebruik van huiden; M. Ander afval