voor de eerste tien cijfers worden de decimale cijfers 0 tot en met 9 gebruikt en voor de cijfers tien tot en met vijftien worden respectievelijk a, b, c, d, e, en f gebruikt als enkelvoudige tekens. Een byte van 32 bits kan in twee symbolen worden gecodeerd, wat het hexadecimale talstelsel aantrekkelijk maakt voor microprocessorgebruikers