` dwin – gen, (dwong, h. gedwongen), met geweld of gezag invloed uitoefenen om iem. te laten doen wat men wenst; (van een kind) door aanhoudend te vragen of te klagen zijn zin trachten te krijgen;, gedwongen koers, van hogerhand vastgestelde koers, waartegen men geld of geldswaardig papier moet aannemen;, gedwongen lening, lening waarop men verplicht is in te tekenen