goed rentmeesterschap en gebruik van bossen en bosgebieden, op zodanige wijze en in zodanige mate dat hun biologische diversiteit, produktiviteit, natuurlijk herstelvermogen, vitaliteit en vermogen om-nu en in de toekomst-op lokaal, nationaal en mondiaal niveau specifieke ecologische, economische en sociale functies te vervullen, in stand worden gehouden en geen schade wordt toegebracht aan andere ecosystemen